|
|
Werkconferentie: Opvoeden is een gesprekin Marokko, Suriname en Turkije
|
|
|
|
'Al 39 jaar woon ik in Nederland, waarom zou ik moeten
weten hoe mijn moeder in Marokko is opgevoed?' Dat was, zei oud-Tweede
Kamerlid Samira Bouchibti, het eerst wat in haar opkwam toen Saskia Moerbeek,
directeur van BMP, haar vroeg dagvoorzitter te zijn op de Werkconferentie
over pedagogische ontwikkelingen in Marokko, Suriname en Turkije. Die dag zou
het boek Opvoeden is een gesprek in Marokko, Suriname en Turkije
gepresenteerd worden. Bouchibti besloot het eerst maar eens te gaan lezen.
'Ik moet bekennen', zei de aantrekkelijke blonde vrouw vrijdagochtend 18
september tegen een zaal vol mensen. 'Het is een zeer inspirerend boek. Ik
begrijp nu beter waarom mijn moeder mij heeft opgevoed zoals ze mij heeft
opgevoed.' 'Hoe je over opvoeden denkt, is mede bepaald door hoe je
zelf bent opgevoed', zei Saskia Moerbeek vervolgens. 'En: de waarden die je
je kinderen wilt meegeven, heb je vaak van je eigen ouders meegekregen.' Zeker 100 mensen waren naar de werkconferentie gekomen:
ouders en vertegenwoordigers van gemeentes, scholen, maatschappelijke
instellingen en universiteiten. Bij aanvang van de conferentie vertelde
Moerbeek dat BMP zich, in het kader van het project Opvoeden is een gesprek,
al jaren verdiept in de vraag: wat is opvoeden voor Turken, Marokkanen en
Surinamers in Nederland? Wat zijn hun achterliggende waarden en opvattingen? BMP sprak hierover met kinderen, ouders, onderzoekers, wetenschappers,
leraren. Omdat migranten zich doorgaans sterk verbonden voelen met de landen
van herkomst, was het tijd geworden om in die landen te gaan kijken. Wat zijn
de pedagogische ontwikkelingen in Turkije, Marokko en Suriname? Hoe zijn de
Nederlandse Marokkanen, Turken en Surinamers indertijd opgevoed, welke
waarden kregen ze mee, hoe is dat nu, wat is de situatie in de gezinnen? Hoe
wordt in het publieke debat over opvoeden gedacht? Drie onderzoekers waren
erop uitgestuurd: Nicolien Zuijdgeest trok naar Marokko, Ibrahim Yerden naar
Turkije en Mildred Uda-Lede had onderzoek laten doen in Suriname. 'Het zijn
allemaal landen in beweging', vatte Moerbeek de belangrijkste bevindingen
samen. 'Suriname is duidelijk een immigratieland, met veel nieuwe groepen uit
Haïti, Venezuela en China. In zowel Turkije als Marokko is sprake van een
grote trek van het platteland naar de stad, in beide landen is er een grote
tegenstelling tussen seculier en religieus opvoeden.' Pedagogiek als wetenschap is in de drie landen
nauwelijks ontwikkeld, daar is geen geld en aandacht voor. Als er al
wetenschappelijke literatuur is, is die vaak sterk verouderd. De inzet van de
pedagogische faculteiten is vooral praktijk gericht. In Turkije wordt
onderzoek gedaan naar de effecten van verstedelijking op families, in Marokko
naar de effecten van de onderwijshervormingen en in Suriname wordt vooral
onderzocht hoe mishandeling van kinderen voorkomen kan worden. Dat er weinig wetenschappelijk onderzoek gedaan wordt, betekent overigens niet, zei Moerbeek, dat er geen pedagogen zijn in Turkije, Marokko en Suriname. 'Die zijn er zeker, en die zijn ook heel bevlogen. Ze zien een taak in het opvoeden van ouders, ze doen veel aan ondersteuning en voorlichting. Turkse ondersteuningsprogramma's worden ook geëxporteerd.' In het publieke debat is opvoeding dan ook een
belangrijk thema, in alle drie de landen. Door de binnenlandse migratie en de
migratie naar Europa zijn de vanzelfsprekende patronen onder druk komen te
staan. Inwoners van alle landen moeten voor het eerst echt nadenken over de
vraag: wat is opvoeden eigenlijk? In Suriname lijkt een soort 'mainstream'
opvoeding te ontstaan, een mengeling van de manieren waarop de verschillende
bevolkingsgroepen hun kinderen opvoedden. In Turkije is er veel aandacht voor
de opvoeding en vorming van meisjes. In Marokko staan de machtsverhoudingen
binnen het gezin en op school onder druk, de kritiek op lijfstraffen groeit. In alle drie de landen worden er vragen over de rol van
de vader gesteld. Wat betekent het voor de opvoeding van kinderen dat de
vader altijd afwezig was? Gedurende de hele werkconferentie was dat een
belangrijke vraag: welke rol spelen vaders in de opvoeding en welke rol
zouden ze kunnen spelen? Toen Saskia Moerbeek de eerste inleider van de
conferentie wilde aankondigen, ontstond rumoer in de zaal. Een tiental mannen
en vrouwen van verschillende nationaliteiten kwam naar voren. Het bleken de
leden van de landelijke oudergroep 'Opvoeden is een gesprek'. In kernachtige
zinnen vatten ze in hun eigen taal de belangrijkste thema's van de
werkconferentie samen. 'Opvoeden is: van elkaar leren', zei de een. Een
ander: 'Participatie komt van twee kanten'. Een derde: 'We gaan op zoek naar
de derde weg.' |
|
|
|
Dr. Müge Şen: Opvoeden in
Turkije
Als eerste vertelde dr. Müge Şen, onderzoeker aan de
Ankara University over opvoedingsvisies en onderwijstrends in Turkije.
Volgens haar wordt het steeds belangrijker gevonden kinderen al op jonge
leeftijd, vanaf 5 jaar, naar school te sturen. In het publieke debat over
opvoeden maakt men zich vooral zorgen, over, bijvoorbeeld de taalachterstand
van jonge kinderen. Die wordt, menen velen, veroorzaakt door het vele tv
kijken. Over de manier van belonen - vooral met cadeautjes en junk food -,
over het gebrek aan zelfstandigheid van jonge en schoolgaande kinderen, over
de toename van gedragsproblemen, over het overmatig mediagebruik en over de
afkeer van leren van Turkse kinderen. Volgens Müge Şen hebben veel ouders moeite te
bepalen welke rol ze als opvoeder willen spelen. Sommigen hebben de neiging
niet al te consequent te zijn in hun opvoeding. Anderen zijn weer behoorlijk
conservatief, of heel beschermend, erg autoritair, of heel permissief. Turkse
ouders verwachten veel van hun kinderen, tegelijkertijd brengen ze minder
tijd door met hun kinderen dan vroeger. Veel ouders weten weinig van de
ontwikkeling van kinderen in het algemeen. Ze leunen sterk op tradities en
gewoontes. Ook op scholen is weinig kennis van de ontwikkeling van kinderen.
Kinderen hebben te weinig mogelijkheden om te ontspannen, de druk van school,
en van de sociale omgeving is erg groot. Müge Şen zou graag willen dat ouders hun kennis
over de ontwikkeling van het kind vergroten, ouders zouden meer met hun
kinderen moeten praten, hen bijvoorbeeld meer mee moeten laten beslissen bij
belangrijke besluiten en ouders zouden wat meer logische doelen en reële
verwachtingen voor hun kinderen moeten formuleren. Zie hier voor de
presentatie van Müge Şen. |
|
Verwachtingspatroon ouders hoog
'Herkennen jullie iets in het verhaal van Müge
Şen', vroeg Samira Bouchibti na afloop van de lezing aan de zaal. 'In
Nederland is de sociale druk op kinderen ook groot en het verwachtingspatroon
van ouders hoog', zei een oudercontactfunctionaris. 'Uiterlijk lijken de
verschillen tussen de landen groot', zei iemand anders, 'maar als je een tijd
met elkaar gesproken hebt, blijken er uiteindelijk vooral veel
overeenkomsten: iedereen wil uiteindelijk het beste voor zijn kind.' 'In jouw verhaal lijken alle Turkse ouders hetzelfde',
zei een jonge vrouw tegen Müge Şen, 'Zijn er geen verschillen tussen
hoger- en lager opgeleiden, arme en rijke?'
Müge Şen: 'Het grootste verschil is tussen ouders op het
platteland en ouders in de stad. Ouders op het platteland vinden vooral
vergroting van de levensstandaard belangrijk, goed onderwijs komt voor hen op
de tweede plaats. Ouders uit de steden betalen veel geld om hun kinderen naar
goede privé-scholen te sturen. Vaak zijn dat internaten. Hiermee geven ze de
opvoeding voor een belangrijk deel uit handen.’ |
|
|
|
|
Dr. Reina Waalring: Opvoeden in
Suriname
Volgens de pedagoog dr. Reina Waalring maken ouders in
Suriname zich zorgen 'over de jeugd van tegenwoordig', over het moreel
verval, over het ontbreken van normen, over de slechte schoolprestaties.
Surinaamse jongeren zijn niet meer zo gehoorzaam en volgzaam als tien,
vijftien jaar geleden. En die, op hun beurt, voelen zich vaak beknot in hun
mogelijkheden. De situatie voor kinderen en jongeren is niet eenvoudig
in Suriname. Veel kinderen, met name Creoolse, groeien op in eenoudergezinnen. Mannen hoppen van gezin naar gezin, of van vrouw naar vrouw, ze
hebben bij verschillende vrouwen kinderen, maar ze nemen niet de
verantwoordelijkheid voor de zorg van die kinderen. Passagierende vaders,
noemt Reina Waalring deze mannen. Het aantal zwangerschappen onder tieners is groot. Relatief veel jongeren komen in aanraking met drugs en criminaliteit. Ouders hebben, aldus Waalring, steeds meer de neiging hun rol als opvoeder te beperken tot wat zich binnen de vier muren van het huis afspeelt. Voor wat hun kind buitenshuis doet, voelen zij zich niet verantwoordelijk. Ondanks alle bedreigingen en verlokkingen weten toch veel kinderen in Suriname zich staande te houden. De kinderen creëren voor zichzelf helden of zien in anderen rolmodellen en streven dan het beste na. Zie hier de hele lezing |
|
|
|
Verantwoordelijkheid niet
afschuiven
'Wat vindt u ervan, dat ouders zich terugtrekken in Suriname', vroeg iemand van de universiteit van Leiden na afloop van de lezing. Waalring: 'Ouders zijn natuurlijk als eerste verantwoordelijk voor de opvoeding van hun kinderen, die mogen ze niet van zich afschuiven. En als ze het niet aan kunnen, hebben ze opvoedingsondersteuning nodig. In de achterstandbuurt waar ik mijn promotieonderzoek heb gedaan, hebben ouders daar ook om gevraagd.' Waalring vertelde dat ook Surinamers in de diaspora via NGO's 'komen helpen met opvoeden'. Ze organiseren naschoolse opvang, geven lezingen. Maar niet alle Surinamers zijn blij met de manier waarop Surinamers in de diaspora hun kinderen opvoeden. Samira Bouchibti: 'In Marokko zeggen ze: Marokkanen in Nederland worden niet opgevoed.' Waalring: 'Assertieve kinderen noemen ze in Suriname vrijpostig. Maar die manier van opvoeden werpt wel vruchten af, kinderen worden zelfstandiger, wachten niet meer af tot iemand iets voor hen voordoet, ze durven antwoord te geven op vragen.' |
|
|
|
Dr. Assia Akesbi Msefer: Marokko:
Weerstand tegen anders zijn
Onderzoeksprofessor en klinisch psycholoog Assia Akesbi
Msefer schetste in haar lezing een somber van de situatie in Marokko. Alle
betrokkenen: ouders, leerkrachten, overheid, jongeren hebben moeite hun draai
te vinden in het Marokko van nu. Een belangrijke oorzaak van de problemen is
volgens Msefer het onvermogen van de samenleving om te gaan met het gegeven
dat ieder mens een individu is. Msefer: 'In Marokko kan een kind geen
individu zijn. Het anders zijn van
ieder mens wordt niet erkend.' Uit haar lezing: 'Iedereen beschouwt zich als
slachtoffer van de ander. De problemen in de verhoudingen tussen individuen,
het omgaan met grenzen, met het anders-zijn van de ander, en het gebrek aan
respect voor verschillen zorgen voor een soort van regressie: een terugkeer
naar de archaïsche verhoudingen, naar de infantiele en impulsieve stadia van
paranoia en samensmelting.' 'Het optreden van de ouders is zelden afgestemd op de
noden van de jongeren: sommige kinderen lijden onder de afwezigheid van de
ouders die te veel met hun werk bezig zijn en anderen onder een overdreven
controle die hen infantiliseert en die de kans op een ontwikkeling tot een
verantwoordelijk mens vermindert.' Thuis en op school worden kinderen nog veelvuldig
geslagen en bedreigd. Het aantal vroegtijdige schoolverlaters is heel groot,
steeds meer jongeren raken verslaafd. De werkeloosheid is hoog. Jongeren
zeggen dat het hen aan grenzen en verantwoordelijkheden ontbreekt en dat ze
zelfs op latere leeftijd geïnfantiliseerd en geslagen worden. 'Veel
adolescenten vluchten in godsdienstige praktijken en kiezen obsessioneel voor
voortzetting van de bestaande verhoudingen, omdat de keuze voor
zelfstandigheid en vrijheid meer gevaren met zich meebrengt.' Klik hier voor de volledige lezing |
|
|
|
Prof.dr. Mariëtte de Haan: Derde
weg?
Hoe kun je nu als migrantenouder je kinderen het beste
opvoeden? Moet je kiezen voor de Nederlandse opvoeding, kun je je kind
opvoeden zoals in het land van herkomst gebruikelijk was, of is er een derde
weg? Die vraag stelde Mariëtte de Haan zich aan het eind van de ochtend.
Zij bijzonder hoogleraar
Interculturele Educatie aan de Universiteit Utrecht. Als een samenleving
verandert van een rurale naar een urbane samenleving, verandert ook de
opvoeding, dat heeft wetenschappelijk onderzoek uitgewezen. In een rurale
samenleving is doorgaans sprake van een traditionele opvoeding, de
verhoudingen zijn hiërarchisch, binnen het gezin zijn vaste rolpatronen, er
is geen aandacht voor de ontwikkeling van het kind als kind, kinderen doen
mee in het productieproces. In een moderne opvoeding zijn de omgangsvormen
democratisch, het beroep van het kind is niet meer vanzelfsprekend het beroep
van de ouders. Ouders begeleiden hun kinderen in het maken van eigen keuzes.
De vraag is nu past bij een urbane, moderne samenleving alleen deze laatste,
westerse manier van opvoeden? 'Nee', zei De Haan, 'er blijkt een derde weg te
bestaan, veel migranten kiezen daarvoor. In Nederland zijn verschillende
opvoedingspraktijken bij elkaar gekomen en daardoor is een nieuwe, hybride
praktijk ontstaan, er heeft zich de laatste jaren nieuw opvoedkapitaal
gevormd. De verhoudingen binnen migrantengezinnen zijn opener, de opvoeding
is meer kindgericht, de omgangsvormen zijn minder hiërarchisch, maar
godsdienst speelt een belangrijke rol in migrantengezinnen, de
opvoedingspraktijk heeft een religieuze basis.' Als je als professional wilt begrijpen hoe migranten hun
kinderen opvoeden, moet je, aldus De Haan, naar deze zogeheten contactzones kijken.
Het heeft niet zoveel zin uitsluitend de opvoedingspraktijken in Nederland of
in de landen van herkomst te bestuderen. Migrantenouders op hun beurt zouden
hun opvoedkapitaal moeten herkennen en beschrijven. Ze hebben in ieder geval
alle reden om er zelfverzekerd mee om te gaan. Klik hier voor de presentatie |
|
Werkgroepen
's Middags kregen de aanwezigen de gelegenheid samen
verder te praten over de ontwikkelingen in het denken over opvoeden in de
landen van herkomst en onder migranten in Nederland. Belangrijke leidraad in
deze gesprekken was: hoe nu verder? |
|
|
Surinaamse ontwikkelingen: Waar
zijn de mannen?
Het gesprek over de ontwikkelingen in de Surinaamse
opvoeding ging over het belang van sociale controle, over de rol van mannen
en vaders en van vrouwen en moeders en over opvoeding als gereedschapskist of
kledingkast. Mildred Uda-Lede vertelde dat in de tijd dat zij nog in
Suriname woonde - 'voor de revolutie'- kinderen door de hele buurt werden
opvoed. 'Als mijn moeder aan het werk was, hield de buurvrouw mij in de
gaten.' Met het onafhankelijk worden van Suriname kwamen veel jonge mensen
naar Nederland waar een dergelijk sociaal vangnet ontbrak. Mildred: 'En niet
iedereen is sterk genoeg om zonder controle zichzelf in de hand te houden.
Daarom hebben met name in de eerste jaren veel Surinamers het in Nederland
moeilijk gehad.' In Nederland hebben Surinamers inmiddels een nieuw
sociaal vangnet gevonden in de vorm van crèches, naschoolse opvang, scholen
en kerken. In Suriname speelt nu het probleem dat de buurt als mede opvoeder
verdwijnt. Kinderen kunnen nergens meer terecht, de volwassenen zijn allemaal
aan het werk. Tienermoeders
Een tijdje is gesproken over het verschijnsel
tienermoeder. Veel vrouwen/meisjes krijgen al op zeer jonge leeftijd een
kind. In Nederland is het zelfs een lifestyle: tienermoeder zijn, met een
Stokke kinderwagen gaan shoppen met je vriendin, die ook vol trots met een
Stokke
kinderwagen loopt. 'Tienermoeders in Nederland willen een kind, maar geen
man.' In Suriname is voorlichting nodig, meisjes die op jonge
leeftijd een kind, krijgen, zijn hun toekomst kwijt. Het is niet als in
Nederland, waar meteen een heel arsenaal van hulpverleners klaar staat om de
meisjes op te vangen. In veel Surinaamse gezinnen ontbreekt de man, de vader.
Dat werd als een groot probleem gezien. Mannen moeten veel meer hun
verantwoordelijkheid als vader nemen, en in hun rol als vader zouden ze
ondersteuning moeten krijgen. Richard: 'Veel mannen die in Nederland vader
zijn geworden, willen niet slaan, willen niet autoritair zijn, ze willen een
goede opvoeder zijn, maar ze weten niet hoe. Ze hebben geen voorbeeld.' Evrouwcipatie
Eigenlijk, zei de heer Uda, is het tijd voor de
evrouwcipatie van de man. Ook maatschappelijk gezien gaat het niet zo goed
met de Surinaamse man. 'En wij vrouwen', zei Mildred, 'moeten naar onszelf
kijken. Wij denken altijd meteen: mannen deugen niet. Wij hebben nog steeds
niet door dat er mannen zijn die het heel goed doen. Wij moeten leren mannen
te respecteren.' Tenslotte sprak het gezelschap over opvoeden volgens de
derde weg. De aanwezigen leken opgelucht: het kan en het mag, we hoeven niet
per se onze kinderen op te voeden op de Nederlandse manier, we kunnen onze
eigen inzichten volgen. Ook de wetenschap ziet nu die mogelijkheid. Opvoeden
werd vergeleken met een kledingkast en een gereedschapskist. Richard: 'We hebben
allemaal onze gereedschapskist meegenomen, maar hier blijkt dat we sommige
gereedschappen helemaal niet gebruiken of nodig hebben, en dat we soms iets
nieuws moeten aanschaffen.' Eén belangrijke vraag mogen we als opvoeder nooit
vergeten te stellen, zei Richard ter afsluiting. 'We voeden onze kinderen op
tot goed burger, voor een goede baan, tot een goede gelovige. Maar vragen we
weleens: wat wil je zelf? Hoe word jij gelukkig?' |
|
|
|
|
Marokkaanse ontwikkelingen:
vrijheid versus controle
In de werkgroep over ontwikkelingen in de Marokkaanse
opvoeding ging het er af en toe heftig aan toe. Met name toen het gesprek
over homoseksualiteit en opvoeden volgens de koran ging. Wetenschapper Assia Akesbi Msefer vertelde hoe zij zelf
was opgevoed. Haar ouders maakten geen onderscheid tussen haar en haar
broers. Het enige verschil was dat zij wel huishoudelijke taken moest doen en
haar broers niet. Vrijheid was een belangrijk begrip voor haar ouders. Haar
vader sloeg haar niet. Ze mocht zelf weten of ze al dan niet een religieus
leven leidde, of ze bad of niet. Terwijl haar ouders zelf wel religieus waren
en dagelijks hun gebeden uitspraken. Het verhaal van Msefer ontlokte uitingen
van verbazing bij alle andere Marokkaanse deelnemers aan tafel. 'Dat dat
kan!' verwoordde een deelnemer hun gevoel. School en ouders
Hoe betrekken we de ouders bij school? Dit is nog een
groot probleem voor scholen, ook al neemt de betrokkenheid van ouders bij de
school wel toe. De eerste generatie ouders in Nederland vluchtte voor contact
met school, vanwege taalproblemen. De kinderen van die eerste generatie
werden daarvan het slachtoffer. Maar de nieuwe generatie Marokkaanse ouders
in Nederland is wel betrokken. Marokkaanse ouders vinden het heel belangrijk
dat hun kind het goed doet op school. Als kinderen niet voldoen aan de
verwachtingen van hun ouders, levert dat vaak problemen op, zowel in
Nederland als in Marokko. Driss merkte op dat de ouders altijd verwachtingen
hebben die niet uitkomen. Ze moeten daarmee leren omgaan. Zelfstandig of niet
Een groot verschil tussen de opvoeding in Nederland en
in Marokko is dat in Nederland de zelfstandigheid van kinderen wordt
aangemoedigd terwijl zelfstandigheid in Marokko juist wordt ontmoedigd. Er is
altijd discussie over de vraag of in de opvoeding de nadruk moet liggen op
vrijheid en begeleiding of op controle. Msefer pleit voor meer ruime voor
eigen keuze en minder controle. Hoe om te gaan met homoseksualiteit is een belangrijke
kwestie in de Marokkaanse samenleving. Msefer, die ook een therapeutische
praktijk heeft, vertelde over een moeder die haar hulp zocht om te leren
accepteren dat haar zoon homo is. Een jonge homo vroeg haar hoe hij ervoor
kon zorgen dat hij geaccepteerd werd door zijn familie en niet van hen zou
wegdrijven. In de groep werd opgemerkt dat Marokkaanse ouders (zowel in
Nederland als in Marokko) niet willen praten over homoseksualiteit. Ook over
drugsgebruik wordt niet gesproken. Ouders nemen niet genoeg
verantwoordelijkheid en hebben sterk de neiging de schuld bij anderen of ergens
anders neer te leggen. Msefer: 'We moeten ons realiseren dat we burgers van
de wereld zijn, we moeten bereid zijn
van elkaar te leren.' Opvoeden is een kunst
Op zoek naar de derde weg vroeg de groep zich af wat de
succesfactoren voor een Marokkaans gezin in Nederland zijn. 'We moeten niet
terugkijken', zei Msefer. 'We moeten kijken naar wat wel en wat niet lukt.
Want een recept voor de derde weg is er (nog) niet.' Een Marokkaanse vader suggereerde dat de derde weg
wellicht kan bestaan uit een Nederlandse opvoeding, maar dan wel met de
Koran. 'Als we dat doen', reageerde Msefer, 'sluiten we alle deuren naar het
praten over opvoeding. Als we van te voren al een oplossing hebben, dan weet
je van te voren waar de discussie eindigt.' Dezelfde Marokkaanse vader: 'De
Koran geeft alle oplossingen.' Voed je kind op in zijn eigen tijd, niet in de tijd
waarin jij bent opgevoed, voerde een Marokkaanse deelnemer aan. Aanwezige
hulpverleners maakten duidelijk dat als je echt iets wilt betekenen in
Marokkaanse gezinnen in Nederland je met de ouders, met het gezin, in gesprek
moet. 'Opvoeden is inderdaad een gesprek.' Driss: 'Opvoeden is bewustwording, bewust bezig zijn.
Het is een dynamisch proces, voortdurend in ontwikkeling. Opvoeden is een
gesprek. Maar opvoeden is ook een kunst; we zijn allemaal voortdurend aan het
tekenen.' |
|
|
|
Turkse ontwikkelingen: alle
kaarten op vrouwen
Bij de Turkse groep stond iedereen eerst even stil bij
de vraag wat zij als een van de belangrijkste kernwaarden van opvoeding
zagen. 'Een sterk ik', zei een Turkse vrouw, 'Die waarde heb ik van mijn
vader meegekregen.' 'Ik vind het belangrijk dat een kind zijn eigen keuzes
kan maken', zei een Nederlandse vrouw. Hoe ze aan die waarde kwam, wist ze
niet. Ze had hem in ieder geval niet van haar ouders meegekregen. In Turkije zet iedereen zijn kaarten op meisjes en
vrouwen. Deze stelling gaf veel beroering onder de gesprekspartners. Klopte
dat beeld wel? De positie van Turkse vrouwen is helemaal nog niet zo goed, de
sociale controle, bijvoorbeeld, is nog erg groot. Elke dag worden meisjes en
vrouwen vermoord in de staten. Toch zijn Turkse vrouwen met een enorme
inhaalslag bezig, zeiden de verschillende onderzoekers. Ze doen het goed, in
Turkije en in Nederland, maar dat heeft tot gevolg dat iedereen wat van ze wil. Moeders willen
graag dat hun dochters opgroeien tot zelfstandige vrouwen. Sommigen leggen de
nadruk op economische zelfstandigheid, anderen willen vooral dat Turkse
vrouwen als toekomstige opvoeders een degelijke religieuze opleiding krijgen.
Dat betekent dat ook de religieuze ouders hun dochters naar de universiteit
sturen. Niet iedereen in de groep vond dat een goede ontwikkeling.
Emancipatie heeft toch ook te maken met gelijke rechten? Anderen zeiden dat
het feit dat meisjes actievoeren om met een hoofddoek naar de universiteit te
mogen, hoe dan ook een emancipatoir effect heeft. Flexibele rollen
Maar als alle aandacht naar de meisjes uitgaat, worden
de jongens dan niet vergeten? Die hebben wel moeite met de veranderende
rollen. In opvoeden volgens de derde weg zou dat ook veel aandacht moeten
krijgen: kinderen leren flexibel om te gaan met de rollen die ze in hun leven
spelen, stelde Ibrahim Yerden. De
derde weg als alternatief voor de Nederlandse en de Turkse opvoeding werd
door de gesprekspartners herkend en omarmd. Jonge Turkse ouders praten veel
meer met elkaar en anderen over opvoeden dan hun ouders. Volgens twee
ouderconsulenten uit Rotterdam is er in twaalf jaar tijd heel veel veranderd
in de wijze waarop Nederlandse Turken hun kinderen opvoeden. Twee Leidse
onderzoekers beaamden dit. Kinderen krijgen nu veel meer aandacht en liefde,
ouders leggen ook meer uit. Tenslotte drukten de Nederlandse wetenschappers Müge
Şen op het hart er vooral voor te zorgen dat in het Turkse debat over
opvoeding ook mannen een rol spelen. 'Pedagogiek is in Nederland het domein
geworden van vrouwen. Slechts drie procent van de studenten pedagogie is man.
Waak daarvoor!' Müge Şen moest
lachen om de waarschuwing. 'Gelukkig wordt opvoeden bij ons ook door mannen
steeds belangrijker gevonden. Op de universiteit, afdeling pedagogiek, is de
verhouding man-vrouw nu: 20-80.' |
|
Zelfvertrouwen noodzakelijk
'Surinaamse, Marokkaanse en Turkse vrouwen doen het
goed', concludeerde Samira Bouchibti aan het eind van de
werkgroepbijeenkomsten. 'Klopt dat beeld met jouw ervaringen', vroeg ze aan
een jonge Turkse vrouw, die uit Vlaanderen bleek te komen. 'Het verschil met
mannen is zo groot, dat Turkse Belgische vrouwen op zoek gaan naar een man in
Turkije. Die nemen ze mee naar België of Nederland, en hier loopt de relatie
stuk op culturele verschillen. Ik denk dat we als vrouwen goed moeten
stilstaan bij hoe we onze jongens opvoeden.' 'Uiteindelijk', zei iemand in de zaal, 'zullen we
allemaal er zelf voor moeten zorgen dat we doen voor ons kind wat goed is. We
moeten ons zelfvertrouwen niet verliezen. Want als er problemen zijn, gaan ze
ons echt niet helpen.' 'Opvoeden heeft universele waarden, maar is ook per land
verschillend. Het belangrijkste is dat we met elkaar blijven praten. Opvoeden
is een gesprek.' |
|
|
|
|
Dr. Francio Guadeloupe:
Charitas
Tenslotte sloot antropoloog Francio Guadeloupe de werkconferentie af met een prikkelende beeldpresentatie, waarbij hij een aantal essentiële vragen stelde. Als opvoeden een gesprek is, tussen wie dan? Zijn alle gesprekspartners gelijkwaardig? Hoe verhouden we ons tot de onzekere toekomst? Hoe gaan we om met verschillen, met de multiculturele samenleving? Guadeloupe: 'Ik denk dat er nog een vierde weg is. Die van de transculturele optiek. Wij zijn de verkenners, de bevorderaars van menswaardigheid. Wij nemen de weg van de zorg, charitas. Ouders zorgen voor kinderen, kinderen zorgen voor elkaar en hun ouders. Met zijn allen zorgen we voor de aarde. |
Mar Oomen, journalist/schrijver |